Encyclopedie: Oscillococcinum

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Homeopathisch wondermiddel (*homeopathie).
Door: de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Oscillococcinum werd ontdekt door de Franse legerarts Joseph Roy (1891-1978). Deze trof in 1917 in het bloed van slachtoffers van de Spaanse griep een micro-organisme aan dat uit twee bolletjes van ongelijke grootte bestond die een snelle trillende beweging uitvoerden. Roy gaf deze curieuze beestjes de naam 'oscillokokken' en ontdekte ze vervolgens in het bloed van tal van andere zieken. De bof, eczeem, gonorroe, kanker, reuma, schurft, syfilis, tuberculose, waterpokken, ze werden volgens Roy allemaal door oscillokokken veroorzaakt. Behalve Roy heeft nooit iemand dit organisme gezien.

Vervolgens bedacht Roy dat volgens homeopathische principes schudverdunde oscillokokken een universeel geneesmiddel zouden zijn. Om onduidelijke redenen vond hij dat de ingewanden van de muskuseend Cairina moschata (door Franse koks Canard de Barbarie genoemd en door homeopaten dus Anas barbariae) veel oscillokokken bevatten. Roy liet dus eendenharten en -levers een week of zes rotten en verdunde ze daarna tot C200. De reden om lever te nemen was dat deze de zetel van het lijden is, aldus Roy. Hij schreef er een boek over: Vers la connaissance et la guérison du cancer (Op weg naar de kennis en genezing van kanker).

Het resulterende middel, Oscillococcinum, wordt nog steeds verkocht door de Franse firma Boiron. Alleen de indicatie is anders. Bof, kanker, syfilis en tuberculose worden niet meer op de bijsluiter genoemd, slechts griepachtige toestanden. Het zou deze zowel kunnen voorkomen als genezen.

Met Oscillococcinum zijn ook geneesmiddelproeven (in de zin van de homeopathie) gedaan. Als we die serieus nemen werkt het middel bij klachten die verbeteren als men aan zee vertoeft en helpt het tegen angst – speciaal als iemand te laat thuiskomt – en tegen angst voor onweer. Patiënten die 's nachts denken dat er beestjes over hun gezicht lopen, die oorpijn hebben, anusjeuk, spataderen, overmatige drang tot handenwassen of kleine kriebelige bultjes aan de pols, zij allen hebben baat bij Oscillococcinum.

Wonderbaarlijk genoeg zijn er echte klinische proeven met dit spul gedaan, in 1987. De onderzoekers hadden in totaal 478 'grieppatiënten' ingedeeld in twee groepen. Toen het op rekenen aankwam keken ze alleen naar de 63 patiënten die binnen twee etmalen genazen, en toevallig gaf juist alleen deze groep een 'significante' uitkomst. Als het gevonden resultaat een toevalstreffer is, dan kan de kans daarop berekend worden op 4,94%, terwijl bij 'onder 5%' het de moeite waard wordt gevonden om eens te kijken of er iets aan de hand is. Als je dan leest dat om deze uitkomst te krijgen, 149 huisartsen hadden meegewerkt, die van zeker 50 patiënten vergeten waren de leeftijd op te schrijven, dan kun je je afvragen of de proef wel zorgvuldig is uitgevoerd. Bij een zorgvuldige proef wordt van tevoren vastgelegd wat er allemaal gedaan wordt en hoe de berekening moet worden uitgevoerd.

 

Literatuur
Nienhuys, J.W., 'Canard Pulverisé', Skepter 1993, vol. 6 (4), p. 37-38.
Nienhuys, J.W., 'Klachten over rotte eenden', Skepter 1994b, vol. 7 (3), p. 1-2.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift februari 2010
Op deze website en elders zijn nog te vinden:

Oscillococcinum: Een voorbeeld van verdacht onderzoek, door Jan Willem Nienhuys
The True Story of Oscillococcinum (improved English version of the Skepter articles, with explanation of the Korsakov-dilution)

 

 

 

 

Lees ook